WG 1 Medicatie & Voedselallergie - WG 1. Voedselallergieën Deel 1: medicatie gerelateerde - Studeersnel (2024)

wg 1 zoals het moet

Vak

Infectie en ontsteking (T_INFECTIE)

278Documenten

Studenten deelden 278 documenten in dit vak

Studiejaar: 2023/2024

Geüpload door:

Vrije Universiteit Amsterdam

0volgers

12Uploads2upvotes

Aanbevolen voor jou

  • 11Infectie en ontsteking: Werkgroep 1 en 2 Antibiotica, vragen en uitwerkingenInfectie en ontstekingWerkgroep uitwerkingen100% (9)
  • 3Infectie en ontsteking: Werkgroep 2 Antibiotica, vragen en uitwerkingenInfectie en ontstekingWerkgroep uitwerkingen100% (1)
  • 32Infectie en ontsteking: Werkgroep 3 Microbiologie, vragen en uitwerkingenInfectie en ontstekingWerkgroep uitwerkingen100% (1)
  • 4Werkgroep 1Infectie en ontstekingWerkgroep uitwerkingen100% (1)
  • 13Tentamen 27 maart 2014, vragenInfectie en ontstekingOefenmateriaal100% (12)

Reacties

inloggen of registreren om een reactie te plaatsen.

Andere studenten bekeken ook

  • Infectie en ontsteking: Werkgroep 3 Microbiologie, vragen en uitwerkingen
  • Infectie en ontsteking: Werkgroep 1 Algemene microbiologie, vragen en uitwerkingen
  • Infectie en ontsteking: Werkgroep 2 Antibiotica, vragen en uitwerkingen
  • Werkgroep 1
  • Werkgroep microbiologie 2

Gerelateerde documenten

  • Microbiologie WG 15-2-2018
  • Aantekeningen hersen en zintuigen
  • Werkgroep 1 - Werk de factoren uit die in figuur 1 beschreven staan voor mogelijke transmissie
  • Uitwerking Themaopdracht Maagdarmziekten 2017-2018 compleet-2
  • Uitwerking Themaopdracht Infectieziekten oktober 2017 compleet
  • Infectie en ontsteking: Werkgroep 1 en 2 Antibiotica, vragen en uitwerkingen

Preview tekst

WG 1. Voedselallergieën

Deel 1: medicatie gerelateerde overgevoeligheidCasus 1Een 70-jarige patiënte met komt bij de huisarts i.v. koorts, dysurie en bij het urine dipstick zowelnitriet positiviteit als leukocyten 3+. De huisarts stelt de diagnose gecompliceerde urineweginfectie enstart een behandeling met amoxicilline/clavulaanzuur voor 14 dagen. Vijf dagen later belt dezepatiënte naar de huisarts: de dysurie is minder en de koorts is afwezig, echter heeft ze sinds 3 dagenlast van diarree en sinds vandaag een jeukende huiduitslag (zie foto).1a. Wat wil je weten over de huiduitslag?1b. Wat zijn alarmsymptomen voor een mogelijke ernstige geneesmiddelen reactie bij eenhuiduitslag?1c. Als wat voor reacties duid je de diarree en huiduitslag?1d. Hoe behandel je een maculopapuleus exantheem (MPE) ten gevolg van een geneesmiddelenreactie of para-infectieus? Hoe zou je deze patiënt behandelen?2. 20 jaar later ligt dezelfde patiënt in het ziekenhuis met een pneumonie, de eerste keus behandelingis amoxicilline. Welke relevante informatie heb je nodig om de keus te maken om wel/niet te gaanbehandelen met amoxicilline?3. Wat is de definitie van een anafylactische reactie?4. Wat is de behandeling van een anafylaxie?5. Wat is de definitie van angio-oedeem?

Casus 2De 47-jarige meneer van Boekhout heeft chronische rugpijn en gebruikt hiervoor sinds enkele jarenregelmatig, gemiddeld een keer per week, NSAID’s (non steroidal anti-inflammatory drugs) in de vormvan diclofenac. De laatste keer dat hij diclofenac heeft geslikt, kreeg hij 4 uur hierna last vangegeneraliseerde urticaria, tongzwelling en dysfa*gie. Hij was niet benauwd, was niet hypotensief enervaarde geen gastrointestinale klachten. Haar man belde de huisarts, die direct kwam en haarbehandelde met adrenaline, prednison 60 mg en clemastine 2mg. Deze behandeling had niet meteenhet verwachte resultaat, zodat een tweede dosis adrenaline werd gegeven. Hierna verbeterde patiëntlangzaam en werd hij voor een nacht ter observatie opgenomen. Het blijkt dat meneer ook al eerderna inname van diclofenac last had van jeuk en galbulten. Echter was hij zich toen niet bewust vandeze relatie. De voorgeschiedenis van patiënte vermeldt hypertensie waarvoor hij via de huisartsmetoprolol 50 mg eenmaal daags inneemt. Verder is hij gezond en niet bekend met astma, spontaanangio-oedeem of urticaria.

  1. Een reactie op geneesmiddelen lijkt waarschijnlijk. Wat steunt u diagnose?Waarschijnlijk was hier sprake van een reactie op geneesmiddelen, omdat er een uitlokkende factor was eneen verband in de tijd kan worden gezien. De klachten ontstonden namelik binnen vier uur na de innamevan het geneesmiddel. Daarnaast namen de klachten af na een dosis adrenaline, prednison en clemastine.Ten slotte was er sprake van gegeneraliseerde urticaria/galbulten, jeuk, overgeven en angio-oedeem(tongzwelling), symptomen die passen bij een allergische reactie. Ook was na herhaaldelijke blootstellingde reactie erger dan de eerste keer.
  2. Noem de pathofysiologische mechanismes die leiden tot NSAID overgevoeligheid?Raadpleeg hiervoor het artikel van Hermans et al. 2018 ‘Nonsteroidal anti-inflammatory drughypersensitivity: not always an allergy!’ (pubmed.ncbi.nlm.nih/29515006/)Diclofenac is een NSAID dat het COX-enzym remt. Hierdoor worden prostaglandinen, prostacyclines entromboxanen geremd, waardoor ontstekingsreacties verminderen. Het zorgt daarmee voor eenanalgetische, antipyretische en antiflogistische werking. Diclofenac werkt binnen 2 uur, met eenhalfwaardetijd van 1 - 3 uur. Het wordt gemetaboliseerd in de lever en uitgescheiden via de nieren (60%) enfeces (40%).
  3. Wat is het vermoede pathofysiologische mechanisme bij een farmacologischeovergevoeligheidsreactie? Wat maakt deze reactie anders dan een immunologisch/allergischeovergevoeligheid?Diclofenac is een COX 1-remmer. COX-1 remmers (aspirine, diclofenac, naproxen) hebben meer risico opmestcel degranulatie dan COX2-remmers. Door NSAID's worden prostaglandines gered omdatarachidonzuur hier niet meer in wordt omgezet. Arachidonzuur opstapeling zorgt ook voor meer vormingvan leukotriënen. Mestcellen hebben receptoren voor leukotriënen en prostaglandines; door meer vormingvan leukotriënen en de afname van prostaglandines komt geleidelijk histamine vrij uit de mestcel. Dit bindtzich aan histaminereceptoren in het lichaam, waardoor geleidelijk vasodilatatie, vaatwandpermeabiliteit enbronchoconstrictie optreden. Zie voor meer uitleg 'HC 8. Geneesmiddelenreacties'
  4. Welk type NSAID allergie vermoedt u in het geval van deze reactie?Diclofenac is een COX 1-remmer. COX-1 remmers (aspirine, diclofenac, naproxen) hebben meer risico opmestcel degranulatie dan COX2-remmers. Door NSAID's worden prostaglandines gered omdatarachidonzuur hier niet meer in wordt omgezet. Arachidonzuur opstapeling zorgt ook voor meer vormingvan leukotriënen. Mestcellen hebben receptoren voor leukotriënen en prostaglandines; door meer vormingvan leukotriënen en de afname van prostaglandines komt geleidelijk histamine vrij uit de mestcel. Dit bindtzich aan histaminereceptoren in het lichaam, waardoor geleidelijk vasodilatatie, vaatwandpermeabiliteit enbronchoconstrictie optreden. Zie voor meer uitleg 'HC 8. Geneesmiddelenreacties'
  5. Hoe beoordeelt u de tijdsrelatie van 4 uur tussen inname van de diclofenac en start vansymptomen?Het past bij een reactie op NSAID's, die gemiddeld vijf uur na inname ontstaan. Een type I-reactie zoueerder zijn ontstaan, namelijk enkele minuten na inname. Het duurt een tijdje voordat de farmacologischereactie optreedt, omdat er een hele cascade aan verschillende stappen plaatsvindt nadat het NSAID gaatwerken met geleidelijke toename van leukotriën en secretie van histamine uit de mestcel (zie onderstaandealinea en 'HC 8.

Deel 2: VoedselallergieCasus 3Een 26-jarige vrouw kreeg na inname van een boterham met pindakaas binnen 5 minuten klachtenvan tintelingen in de mond, urticaria over het hele lichaam, slikklachten en forse benauwdheid. Zewerd hiervoor door de ambulance behandeld met adrenaline, prednison en tavegyl. Patiënte geeft aanal lange tijd geen pinda of pindakaas te hebben gegeten en kan zich niet herinneren of ze hier ooit opheeft gereageerd. Naast klachten op pinda, heeft ze direct na inname van hazelnoot, appel en kiwiook een gevoel van tintelingen in haar mond. Andere noten en ander fruit kan patiënte zonderklachten eten. Bij drinken van koemelk krijgt ze 2 dagen later een verergering van het eczeem, ze eetkaas zonder problemen. Patiënte heeft sinds babyleeftijd eczeem. Sinds een paar jaar heeft ze in hetvoorjaar last van tranende ogen en een loopneus.

  1. Welk reactiemechanisme (Gel en Coombs) ligt ten grondslag aan een voedselallergie? En binnenwelke tijd na inname van een voedingsmiddel treedt een voedselallergische reactie meestal op?De reactie die beschreven wordt in de casus is een Gell en Coombs type I-reactie, zie 'HC 8.Geneesmiddelenreacties'. De patiente in de casus heeft waarschijnlijk een IgE-gemedieerdevoedselallergie voor hazelnoten, appel, kiwi en pinda. Daarnaast lijkt sprake te zijn van hooikoorts en atopiewegens het eczeem op babyleeftijd. Er is geen sprake van koemelkallergie. Bij consumptie van koemelkkrijgt ze namelijk een verergering van haar eczeem, dit past niet bij een type I-overgevoeligheidsreactie.
  2. Voor welke voedingsmiddelen heeft patiënte op basis van de anamnese waarschijnlijk eenvoedselallergie?Symptomen van voedselallergie ontstaan meestal binnen een half uur en maximaal 1 uur na consumptie.De klachten ontstaan met name in:De huid en/of slijmvliezen: jeuk (handpalmen, voetzolen, schaamstreek, oren, mond), roodheid, galbulten,oedeem, zwelling van de tong en keel;De luchtwegen: verstopte neus, loopneus, benauwdheid;De bloedvaten: hypotensie, bewustzijnsverlies.
  3. Welke diagnostische test(en) zou u uitvoeren bij patiënte?Bij de diagnostiek is vooral de anamnese erg belangrijk, bijvoorbeeld met behulp van eenvoedingsdagboek. De provocatietest is bij kinderen de gouden standard. Specifiek IgE kan gemetenworden, ook al is het niet erg sensitief. Ook kunnen er huidtesten gedaan worden.
  4. Bij de huidtest is er naast een reactie op pinda, hazelnoot, appel en kiwi, ook een reactie te zienopperzik, amandel en selderij. Hoe is deze sensibilisatie voor perzik, amandel en selderij te verklaren?De huidtest toont sensibilisatie voor pinda, hazelnoot, appel, kiwi, perzik, amandel en selderij. Hierbij iswaarschijnlijk sprake van kruisreactiviteit. Vaak wordt gezien dat patiënten met een gras- ofboompollenallergie ook allergisch zijn voor de vruchten van deze bomen. Door kruisreactiviteit kan depatiënt ook klachten krijgen van andere voedingsgroepen, zoals perzik en andere noten. In dit geval is ersprake van het paraberksyndroom: allergische reactie op berkenpollen met kruisreacties op enkele anderepollen en steenfruit.
  5. Wat voor dieetadvies geeft u aan patiënte?De patiënt kan het beste de voedingsmiddelen, die een overgevoeligheidsreactie veroorzaken en waarsensibilisatie aangetoond is, vermijden. Als de patiënt gesensibiliseerde voedingsmiddelen blijftconsumeren, zal er meer sensibilisatie zijn. Wel kan er het advies mee worden gegeven dat bewerktevoedingsmiddelen beter te verdragen zijn (bijvoorbeeld na het koken, wegens denaturatie). De lactose-intolerantie of koemelkallergie is onwaarschijnlijk.
  6. Welke noodmedicatie om toekomstige reacties te behandelen schrijft u aan patiënte voor?Als noodmedicatie kan de patiente een Epipen met adrenaline mee naar huis krijgen en antihistaminica bijlichte reacties. Prednison is niet zinvol, omdat dit niet direct werkt, maar kan wel in de ambulance ofziekenhuis worden toegediend. Bij een ernstige reactie kan de patient het beste naar de spoedeisende hulp

komen.7. Patiënte heeft een kind van 1 maand oud en vraagt zich af of ze iets kan doen om een pinda-allergie bij haar kind te voorkomen.De patiente heeft een kind van een maand oud. De patiente kan haar kind het beste al op een jonge leeftijd(vier tot elf maanden) regelmatig 2 tot 3 keer per week pinda's geven, zodat het kind al blootgesteld wordtaan de allergenen en tolerant wordt voor pinda's. Dit geeft 70-85% vermindering van de kans op een pinda-allergie. Orale blootstelling biedt tolerantie op jonge leeftijd. Cutane blootstelling schijnt juist de kans opallergie te verhogen.Casus 4Een 24-jarige patiënt komt naar de huisarts. Hij heeft vaak buikpijn en een opgeblazen gevoel van debuik. Hij heeft op het internet gelezen dat dit kan passen bij een lactose-intolerantie. Verder merkt hijdat als hij verschillende groenten en gekruid eten hij ook meer buikpijn ervaart. Zijn ontlasting isnormaal.8. Hoe maak je onderscheid in de anamnese, LO en aanvullende diagnostiek tussen een echtevoedselallergie, of een andere oorzaak van de klachten, zoals irritatable bowel disease?...

WG 1 Medicatie & Voedselallergie - WG 1. Voedselallergieën Deel 1: medicatie gerelateerde - Studeersnel (2024)
Top Articles
Latest Posts
Article information

Author: Saturnina Altenwerth DVM

Last Updated:

Views: 5844

Rating: 4.3 / 5 (44 voted)

Reviews: 91% of readers found this page helpful

Author information

Name: Saturnina Altenwerth DVM

Birthday: 1992-08-21

Address: Apt. 237 662 Haag Mills, East Verenaport, MO 57071-5493

Phone: +331850833384

Job: District Real-Estate Architect

Hobby: Skateboarding, Taxidermy, Air sports, Painting, Knife making, Letterboxing, Inline skating

Introduction: My name is Saturnina Altenwerth DVM, I am a witty, perfect, combative, beautiful, determined, fancy, determined person who loves writing and wants to share my knowledge and understanding with you.